Albert de Booij

Bonussen

Iedereen heeft het tegenwoordig over bonussen. Als de media berichten dat iemand een hoge bonus heeft ontvangen is Nederland in rep en roer. Elke keer opnieuw. Waar komt die verontwaardiging toch vandaan?  Ik moet u bekennen dat ik geen probleem heb met het feit dat iemand die een buitengewone prestatie heeft geleverd hiervoor een bonus ontvangt. Zelfs een bonus van een miljoen of meer vind ik prima, mits die in verhouding staat tot de verdienste.

Wat mij verbaast is dat daar telkens weer zo’n enorme commotie over ontstaat. Zo ook met de zogenoemde Balkenende-norm. Gekrakeel alom als iemand meer verdient dan 178.000 euro per jaar. Waar komt ook déze verontwaardiging vandaan?

Het salaris van een Nederlandse premier is sowieso veel te laag. Mark Rutte verdient nog geen € 2.900 per week. Werkweken van 80 uur of langer zijn eerder regel dan uitzondering. De werkdruk is enorm hoog. Het aansturen van een complete regering en de eindverantwoordelijkheid voor het wel en wee van een compleet land staan in geen enkele verhouding tot deze karige vergoeding. Wat mij betreft mag die worden vermenigvuldigd met minimaal een factor 6. Het zijn tropenjaren en iedereen die in het oog van een regeringsorkaan heeft gezeten weet dat deze functie je niet in de koude kleren gaat zitten. Oppositie en media staan immers dag en nacht in de coulissen gereed met de zeis in de hand om je bij het minste geringste te onthoofden. Het wordt hoog tijd dat we het calvinisme ver van ons werpen. Er schuilt geen enkele logica in ons denken over salarissen, vergoedingen en bonussen.

George Bernard Shaw verwoordde het ooit feilloos: ‘Een criticus is iemand met één been die een ander leert hardlopen’.

Cabaretier Paul de Leeuw werd eens verweten dat hij drie of vier keer de Balkenende-norm verdiende bij de publieke omroep. De vraag was hoe hij dat rechtvaardigde. Hij antwoordde dat men hem niet moest vergelijken met de premier, maar met de koningin en zij verdient veel meer per jaar. Eigenlijk werd hij, op basis van deze vergelijking, te wéinig financieel gewaardeerd voor zijn talent!

Alleen een groot cabaretier kan op deze wijze een aanval pareren.

En waarom zou hij zich überhaupt moeten verontschuldigen?

Een arts die een buitengewoon verantwoordelijke baan heeft ‘mag’ € 1.000 bruto per week verdienen, een topchirurg met 10 jaar ervaring ongeveer € 6.000. Dat staat echter in geen enkele verhouding tot de bedragen die sommige topvoetballers incasseren. Een kort lijstje:

Cristiano Ronaldo verdient € 1.350.000, Wayne Rooney

€ 450.000, Radamel Falcao € 425.000, Lionel Messi € 1.250.000. De gemiddelde profvoetballer (top 30) verdient ongeveer € 350.000.

Let op, dit zijn de bedragen per week. Oftewel: Ronaldo verdient ongeveer evenveel als 200 hoogopgeleide chirurgen bij elkaar!

Je zou geneigd zijn te denken dat de verontwaardiging voortspruit uit het gevoel van ongelijkheid. Dat is tenminste de indruk die wordt gewekt. Maar wat is nu eigenlijk het bezwaar; dat de een meer bezit/verdient dan de ander of dat mensen in armoede leven?  Zijn we niet onze welvaart aan het vergelijken met die van anderen? Is de morele verontwaardiging hier niet op terug te voeren? Is er geen sprake van jaloezie in plaats van geveinsde ethiek?

In hoeverre zijn wij nog oprecht en niet vervreemd van onszelf?

Zo lezen we bij voortduring dat de opbrengst van kapitaal op de lange termijn groter zal zijn dan de groei van de economie. De rijken worden almaar rijker, zonder dat ze daar iets anders voor hoeven te doen dan slechts rijk te zijn.

Zonder dit nu klakkeloos goed te praten, moeten we wel constateren dat het in dit kader over een bijzonder klein percentage van de bevolking gaat, nog geen 1%, misschien 0,1% tot 0,5%.

En ja, deze mensen verdienen veel geld. Ik las onlangs dat mevrouw Heineken (zij fungeert hier slechts als voorbeeld) per jaar 100 miljoen verdient op haar vermogen. Maar laten we wel wezen, hoewel in dit geval de wet van Piketty (R>G*) opgaat, zijn ook economische, culturele en maatschappelijke aspecten van belang.

Mensen met veel vermogen zijn een belangrijke motor voor de economie. Zij kopen grote huizen, betalen veel onroerendgoedbelasting en onderhoudskosten. Ze verschaffen werk aan hoveniers, huispersoneel, aannemers, chauffeurs, adviseurs en vele anderen. Ze schaffen een jacht aan (met nautisch personeel), enkele dure auto’s, verblijven in chique resorts. Kortom het geld rolt en uiteindelijk vloeit alles, vroeg of laat, terug naar de schatkist. En geeft dit alles ook geen kleur aan het leven? Vele grote kunstverzamelingen zijn het gevolg van de hobby’s van de ‘rijken’. En ook deze collecties komen uiteindelijk in de musea terecht. Maatschappelijk gezien kunnen we ook veel leren van deze bevoorrechte groep; velen investeren in goede doelen (denk aan Bill Gates, George Soros, Richard Branson), daar waar regeringen en gewone burgers veelal achterblijven.

Tot slot een aanbeveling: de bancaire wereld is te groot geworden voor de regeringen van afzonderlijke landen. Banken mogen/kunnen daardoor niet omvallen. De gevolgen zouden té catastrofaal zijn. Het is dan ook zaak banken, pensioenfondsen en andere institutionele beleggers te verkleinen tot behapbare modules die gewoon failliet kunnen gaan. Dat zou gezond zijn. Iets minder moraliseren zou ook niet verkeerd zijn.

Albert F.T.de Booij

Oprichter/DGA Speakers Academy®

Met dank aan Solange